Tagged opvoeding

Geen Asterix voor mijn dochter

Niet op je stoel staan! Blijf van de stereo af! Spuug die steentjes uit! Opvoeden van een klein meisje gaat met liefde en verboden. Dat laatste is soms nodig om haar te beschermen, soms om je spullen te beschermen en soms omdat we iets nou eenmaal zo doen.

Jammer genoeg leer je ‘hoe we dingen nou eenmaal zo doen’ niet alleen van je liefhebbende ouders maar ook op de crèche, in de stad, op tv en uit boekjes. Dat roept de vraag op wat goed is voor haar. Bijvoorbeeld, welke strips mag ze lezen?

Geen Asterix en Obelix want die zijn enorm kortzichtig. Ze meppen iedere Romein met een molenwiek naar de zon, puur en alleen omdat hij een Romein is. Ze tonen geen enkele interesse in de individualiteit van de Italiaan die ze treffen.

Mañana
Lucky Luke kan ook niet vanwege alle stereotypen. Mexicanen willen alleen maar uitstellen tot mañana en slapen; Aziaten hebben allemaal een wasserette; alle vrouwen zijn rondborstig; en koetsiers kunnen bijna alleen maar aardappelen met spek bereiden.

Niet alleen bij Lucky Luke spelen vrouwen een bijrol. Ook in Smurfenland woont maar één vrouw (ook nog eens gemaakt door een man, gelukkig niet naar zijn evenbeeld). En ook bij Kuifje zijn vrouwen schaars. Over de houding van deze reporter tegenover de inheemse bevolking van Congo is zelfs een rechtszaak gevoerd.

´Opgepast! Onverantwoordelijken aan het werk´
´Opgepast! Onverantwoordelijken aan het werk´

Puberteit

Calvin and Hobbes, Mafalda en Peanuts mogen ook wegblijven. Ik voel niet de behoefte om mijn meisje van dergelijke mondige voorbeelden te voorzien. Die puberteit komt toch wel.

Gesmijt met bakstenen (ZIP) tegen het hoofd van Krazy Kat (POW) is dan wel geen Mortal Kombat, maar het blijft geweld. En van Guust kan ze inspiratie opdoen voor nog inventievere sloopacties. Het sociaal onaangepaste gedrag van Lambik en Donald Duck wil ik ook niet aanmoedigen.

Krazy KatWat blijft er dan over? Ik kan maar één strip bedenken: Jan, Jans en de kinderen. Daar kan ik niets schadelijks voor de jeugd in ontdekken. Deze strip kent geen geweld, racisme, seksisme of vandalisme. Er doen geen heethoofden, opscheppers of ruziezoekers mee.

Probleempjes en conflictjes
Het gaat om een braaf gezinnetje met brave gezinsleden die wat persoonlijke probleempjes hebben en wat milde maatschappelijke conflictjes doorstaan. Deze hoeksteen van de samenleving komt er altijd weer zonder kleerscheuren of ernstig letsel doorheen. En ze leefden nog lang en gelukkig, oogjes dicht, snaveltjes toe en morgen gezond weer op.

Ik hoop natuurlijk dat mijn dochtertje net zo zorgeloos zal opgroeien als Karlijn en Catootje. Maar ik hoop ook dat haar strips worden bevolkt door karakters met een minder gelukkige jeugd. Ik ben van al die beeldverhalen ook geen moordlustige, racistische vrouwenhater geworden. Dus wat kunnen foute strips nu eigenlijk aanrichten? Het zijn geen computergames.

Over twijfels en onuitstaanbare ouders

Kinderen zijn slecht voor je zelfvertrouwen. Je moet over werkelijk alles een beslissing nemen. En met beslissingen komen twijfels. Want je wilt natuurlijk alleen maar het beste voor je spruit, maar wat is dat?

Die twijfels beginnen al vóór de geboorte.

Thuisbevallen of in het ziekenhuis? Met pijnbestrijding of natuurlijk? In bed, op de kruk of onder water?

Wat kies je dan? En belangrijker nog: op basis waarvan? Iedereen vindt namelijk wat anders. En iedereen vindt zijn keuzes automatisch de beste. Want wie heeft niet het beste voor met zijn kind?

Borstvoeding of met de fles? Voeden wanneer de baby wil of volgens een schema? Zo lang mogelijk melk of zo snel mogelijk fruithapjes?

Die eigen keuzes worden dan ook met vuur verdedigd. Wanneer jij wat anders beslist, geldt dat voor sommigen zelfs als een persoonlijke belediging, als een impliciet verwijt: jij ben een slechte ouder. Erger kan niet in de wereld van het ouderschap.

Ondertussen weet ik nog steeds niet hoe al die keuzes te maken.

Meteen oppakken of even laten huilen? Mag de kleine bij iedereen of schoot of juist niet? Wegwerpluiers of van katoen?

De professionele kinderzorg is ook niet eenduidig in haar antwoorden op vragen. Zo raadde in het ziekenhuis de ene verpleegkundige aan om onze dochter zittend te voeden. Een andere reageerde verbaasd toen mijn vrouw dat deed: ‘Wat? Zittend? Je moet gaan liggen! Dat is veel beter.’

Op de rug slapen of op de buik? Bij jou op de kamer of op een eigen plek? Speen of duim?

Dergelijke ervaringen geven me het gevoel dat sommigen niet als professional reageren maar als ouder. En wat zijzelf thuis deden, is dan vanzelfsprekend ook de beste manier.

Honderd kraambezoeken of één kraamfeest? Alleen houten speelgoed of ook plastic? Vooral roze voor een meisje of juist ook blauw?

Ook op het consultatiebureau bestaan geen gemakkelijke keuzes. Wanneer Alice iets lichter is dan het landelijk gemiddelde, moet ze worden bijgevoed. Maar naast de pagina met de gewichtsgrafiek staat te lezen: ‘Vergelijk de groei niet te vaak met die van andere kinderen.’

Wat verwachten ze dan met zo’n grafiek? Hij bestaat uit een voorgedrukt lijntje met de Nederlandse standaard-baby en een potloodlijntje voor je eigen nageslacht. Probeer dan maar eens niet te vergelijken.

De oplossing
Nu kijk ik nog in één boekje als ik hulp nodig heb bij een lastige keuze. Ik zoek niet meer online, haal geen boeken meer van de bieb en luister beleefd naar andere ouders maar sla hun adviezen eenvoudig in de wind.

Ik kijk naar mijn dochter. Als zij er gezond en vrolijk uit ziet, heb ik alle antwoorden die ik wil.

Drinken, boeren, zingen, slapen

Mijn dochter Alice wil niet slapen wanneer ik dat wil. Het tarten van het vaderlijk gezag lijkt ze met de paplepel – of eigenlijk: met de moederborst – binnen te krijgen.

Om haar toch tot rust te brengen pas ik technieken toe die ik ook gebruik tijdens een avondje met de mannen: ik laat ze genoeg drinken, klop ze vriendelijk op de rug en juich iedere boer schapenhartstochtelijk toe. Uiteindelijk barsten we vaak in gezang uit.

Laatst zong ik ook voor mijn dochter, een klassieker. Er viel me iets vreemds op aan het lied.

Slaap, kindje, slaap
Daar buiten loopt een schaap
Een schaap met witte voetjes
Die drinkt zijn melk zo zoetjes
Slaap, kindje, slaap
Daar buiten loopt een schaap

Zo had ik het vroeger geleerd en zo zou ik het ook mijn dochter leren. Toen zag ik wat ik al drie decennia verkeerd had gedaan: een schaap met witte voetjes die drinkt? Een schaap die? Die schaap? Het is ‘het schaap dat’ niet ‘de schaap die’.

De rest van de dag zong en neuriede ik ‘een schaap met witte voetjes dat drinkt zijn melk zo zoetjes.’ Ik bleef doorgaan hoewel Alice al bij de tweede herhaling in slaap was gevallen. Maar hoe vaak ik het ook zong, de grammatica moest het afleggen tegen de herinnering aan mijn eerste jaren. Volgens die herinnering is er maar één juiste vorm: een schaap die drinkt.