Tagged Nijmegen

Is dat duidelijk?

Of je nu een strip maakt, een gedicht voordraagt of een webtekst redigeert, je wilt dat de lezer begrijpt waar je het over hebt. Maar daar komt heel wat bij kijken.

Zo moet je als striplezer weten dat een blok hout met een zaag erin betekent dat iemand ligt te slapen; dat een gedicht over slaap ook kan gaan over de dood (maar niet altijd); en dat je op internet voor meer informatie kunt klikken op een onderstreepte tekst (tenzij het een dode link is).

Als je de taal van strip, gedicht of internet niet begrijpt, gaat er van alles langs je heen. Dit geldt al helemaal als je de omgangstaal niet spreekt.

Nederlandse les
Dat merk ik wekelijks want sinds kort geef ik Nederlandse les aan migranten. De meesten van mijn negen cursisten zijn hier nog niet zo lang. Ze spreken weinig Nederlands. Hoe leg je ze dan bijvoorbeeld het verschil uit tussen ‘je’ en ‘u’?

Letterlijk met handen (en voeten). Bij ‘je’ spreid ik mijn armen en doe alsof ik iemand omhels: ‘je’ zeg je tegen vrienden, tegen mensen die je kent. Spreek je iemand aan met zijn voornaam, dan gebruik je ‘je’.

Bij ‘u’ steek ik mijn hand zakelijk uit alsof ik iemand de hand schud. Ik kijk formeel en geef een knikje: ‘u’ zeg je tegen onbekenden, tegen mensen die je aanspreekt met ‘meneer’ of ‘mevrouw’.

Ik deel een vel papier uit met daarop foto’s van mensen die elkaar begroeten. De vraag luidt: ‘Hoe spreken deze mensen elkaar aan?’ Ik merk tijdens het maken van de opdracht dat de cursisten het doorhebben. Hoewel ik het antwoord al weet, vraag ik na de bespreking van de foto’s of het zo duidelijk is.

Achter in de klas steekt H. uit Somalië aarzelend zijn hand op. ‘Wat betekent dat: “duidelijk”?’


Ik geef iedere week Nederlands aan migranten bij stichting Intercity in Nijmegen.

Hergé: de koning van de cliffhanger

‘Kuifje is geweldig! Kuifje is de beste! Kuifje is populairder dan Jezus!’ Ik meende lange tijd dat Kuifje beschouwd werd als het beste wat het beeldverhaal ooit heeft voortgebracht. Twijfelen aan de genialiteit van Hergé stond gelijk aan blasfemie.

Tijdens het festival de Klare Lijn in Nijmegen hoorde ik een kritisch tegengeluid. De Vlaamse stripjournalist Geert De Weyer vond Kuifje maar een saai mannetje zonder persoonlijkheid. Stripmaker Paul Geerts viel hem bij: ‘Wanneer je een album van Suske en Wiske tegen je oor houdt, dan hoor je hun hartjes kloppen.’ Bij Kuifje blijft het stil.

Er gebeurt niets
Dit ging striptekenaar Hanco Kolk wel wat te ver. Na afloop van het debat vertelde hij me hoe spannend een strip als De juwelen van Bianca Castafiore is. Feitelijk gebeurt er bijna niets in het verhaal. Toch is het spannend. Hoe komt dat?

Hergé is de koning van de cliffhanger. Het laatste plaatje van zo goed als iedere pagina dwingt je tot doorlezen.Kuifjes cliffhangers

Met het oproepen van spanning zit het dus wel goed. Maar levert dit ook een goede strip op? Helaas niet, want veel cliffhangers en weinig gebeurtenissen vormen een lastige combinatie. Want al te vaak eindigt de opgestuwde spanning in een anticlimax. Uiteindelijk werkt dit trucje van de maker niet meer.


Je vindt iedere donderdag een blog van mijn hand op
StripSter.

Hooikoorts is voor stadse watjes

Alleen stadsmensen hebben hooikoorts. Van die types die bij de geur van koeien denken aan hun laatste vakantie; die een rat aanzien voor een muis; die het grappig vinden om Borculoooo te zeggen en coooolaaaa; die boeren alleen kennen van Yvon Jaspers.

Ik heb tot mijn elfde in de Achterhoek gewoond. Daar leefde ik weliswaar in een klein stadje maar wel praktisch naast het weiland. Ik kan me niet herinneren dat iemand daar hooikoorts had.

Via Deventer en Groningen ben ik in Nijmegen beland waar ik nu bijna een decennium woon. Een paar jaar geleden in mei begonnen mijn ogen te tranen. Niesbuien kwamen en gingen maar niet weg. Dat alles heb ik een paar seizoenen genegeerd: ‘Er is niets aan de hand, hoor. Echt niet.’

Inmiddels heb ik me erbij neergelegd dat ook ik hooikoorts heb. Braaf slik ik mijn pilletjes zodra ik rond Pinksteren mijn neus voel kriebelen en de eerste traantjes heb geplengd. Hooikoorts is dus toch niet alleen iets voor stadse watjes. Of ben er zelf een geworden?


Deze blog verscheen eerder op
Nijmegen Direct.

Wielrennen is jezelf bedotten

Fietsers houden zichzelf graag voor de gek. Want wie wurmt zich nou voor zijn plezier in zo’n strak pakje dat elke vetrol in al zijn glorie aan de wereld toont? Het antwoord op die vraag luidt: half Nijmegen.

Ga maar eens op een zonnige weekenddag naar Tivoli in Berg en Dal en turf hoeveel wielrenners de Duivelsberg bestijgen. Of trek de Ooijpolder in, ontwijk alle motorrijders, wandelaars en automobilisten, en tel de fietsers. Je komt ogen te kort.

En dat is begrijpelijk. Met polders, bossen en heuvels vind je rond Nijmegen alles wat je wielerhartje begeert. En dus ook alle mogelijkheden om jezelf in het ootje te nemen. Want dat doen wielrenners.

Goed voor de lijn
Neem bijvoorbeeld de gedachte dat fietsen goed is voor de lijn. Het is ongetwijfeld gezonder dan met een biertje en een zak chips op de bank naar de radio luisteren en NEC aanmoedigen.Wielermenu: koffie of thee met appelgebak

Maar voor snel resultaat op de weegschaal hoef je niet je racefiets uit de schuur te halen. Ik in ieder geval niet. Dat kan trouwens ook liggen aan de wielertraditie van koffie en appeltaart op het terras halverwege de tocht. ‘Dat hebben we verdiend’, zuchten mijn kompanen en ik en we ploffen neer in een stoel. Het nuttigen van Belgische biertjes na afloop is nog zo’n traditie.

Het kan lichter
Wanneer ik een steile helling beklim, zoals de Oude Holleweg of het laatste stukje van de Van Randwijckweg, dan houd ik mezelf ook graag voor de gek. Ik klim het liefst in de één-na-lichtste versnelling. Want dan kan ik altijd nog een tandje lichter schakelen.

Dan maalt als een mantra door mijn hoofd: ‘het kan lichter, het kan lichter, het kan lichter.’ Niet dat dat uit zou maken. Die benen ontploffen toch wel.

Zogenaamd voor de lol
Fietsen draait om competitie en snelheid, ookal doe je het zogenaamd puur voor de lol: wie sprint als eerste voorbij het plaatsnaambordje? Wie kan tegen de wind in de kop houden en wie hapt naar adem in het wiel? Wie komt als eerste boven op een heuvel?

Omhoog naar Tivoli word ik nog wel eens ingehaald, vaak door een renner die ‘hoi’ zegt alsof hij ook best nog een jazzimprovisatie op de tenorsax ten gehore had kunnen brengen. Ik  heb dan slechts twee mogelijkheden: het zuur in mijn benen trappen om aan te haken.

Of excuses bedenken voor mijn achterblijven:

‘Hij is vast pas net opgestapt terwijl ik al uren rondrijd. Hij hoeft tien kilo minder omhoog te trappen. De wijn van gisteren zit nog in mijn benen. Ik moest er vannacht drie keer uit voor de kleine, hij is vast vrijgezel. Verlaten door zijn vriendin die gek werd van het getik van de wielerschoenen op het nieuwe, nog ongeschonden kliklaminaat dat haar vader had gelegd terwijl de zijne veel dichterbij woont en waarom heeft hij het zelf niet gedaan? Meneer moest zeker weer gaan fietsen te lui om een vinger uit te steken wat doet hij eigenlijk wél in huis, wat zie ik in hem, houd ik wel van hem waarom zijn we eigenlijk nog samen?’

Fietsers houden zichzelf graag voor de gek, maar hun naasten laten zich minder makkelijk bedotten.

Deze blog verscheen eerder bij Nijmegen Direct.

Meer dan vrede en troetelbeertjes

‘Heb jij onder een steen gezeten? Dat weet toch iedereen!’
Vriend J. steekt zijn verbazing niet onder stoelen of banken wanneer ik hem mijn laatste ontdekking vertel.

Ik heb een aantal associaties bij de regenboog. Ik verbind die ongrijpbare kleuren met potten goud, troetelbeertjes en – sinds ik vader ben geworden – met de speelgoedwinkel in de Nijmeegse Van Welderenstraat.

RainbowWiphala in the sky
Ook komen er verschillende liedjes in me op. Dorothy droomt in The Wizard of Oz van een andere plek, somewhere over the rainbow. En Paul de Leeuw blijft ons maar uitnodigen met hem mee te vliegen. Soms, heel soms, denk ik zelfs aan dj Paul Elstak.

Af en toe zinkt het schip The Rainbow Warrior van Greenpeace weer in mijn gedachten. Wat vaker mijmer ik over het wereldkampioenschap wielrennen en de regenboogtrui van de winnaar.Pace

Pace
In Bolivia leer ik de wiphala kennen, de geblokte regenboogvlag van de inheemse bevolking van de Andes. Ook in Nederland zie ik de regenboog opduiken. Bij vredesbijeenkomsten en protestmarsen zwaaien de deelnemers met gestreepte vlaggen met daarop ‘Pace’ of ‘Peace’.

Wanneer ik die vlag aan een gevel zie wapperen, verwacht ik binnen pacifisten aan te treffen. Tot iemand me vertelde dat de regenboogvlag niet alleen een teken is van de vredesbeweging, maar ook van de holebi-gemeenschap.

ChapsTijdens een wandeling door de binnenstad zie ik de vlag inderdaad wapperen bij gay-leather-bar Chaps en bij De Feeks, een boekhandel die gespecialiseerd is in homo-, lesbische en vrouwenliteratuur.

Ik wandel verder en ga op zoek naar andere stenen waar ik onderuit kan krabbelen.


Dit blog is ook verschenen op Nijmegen Direct.

Wees niet robot

Voor stripmuren moet je niet in Nederland zijn maar in België. Toch ging ik in mijn woonplaats Nijmegen op zoek naar versierde wanden. Mijn favoriete muurschildering vond ik bij de bakker aan de Groenewoudseweg.

De tekening is simpel, het Engels gebrekkig maar de boodschap staat. Misschien juist wel door de stuntelige taal: ‘Don’t be robot’. Haal jezelf van de automatische piloot. Loop niet als een blind schaap mee met de massa maar maak je eigen overwegingen. Neem je eigen beslissingen.

Don't be robot


Het is ook een vrijblijvende kreet. Iets roepen – of op een muur kalken – is eenvoudig maar hoe voer je het uit? Het kan ook best prettig zijn om je te conformeren. Geen discussie, geen gedoe, niemand boos.

Zoveel voorbeelden zijn er niet van mensen die uit de gehaktmolen van de grijze meeloopmening wegblijven. Of die een andere houding aannemen dan van hen wordt verwacht. Want het is ongewoon om te laten merken dat je iets niet weet, of er geen mening over hebt.

Decembermoorden
Hoe ongewoon, zag ik tijdens een uitzending van het Nederlandse actualiteitenprogramma Nieuwsuur. Te gast was Lilian Gonçalves, jurist en nabestaande van een van de vijftien Surinamers die in december 1982 werden vermoord door het regime van Desi Bouterse.

Zijn voormalige rechterhand had net verklaard dat Bouterse wel degelijk aanwezig was geweest bij de moorden, iets wat de legerleider zelf altijd had ontkend. Sterker nog, hij zou twee mannen eigenhandig hebben vermoord.

Gonçalves werd gevraagd naar haar mening over deze getuigenis. Ik was verrast door haar antwoorden. Die waren genuanceerd en redelijk: als ze iets niet wist, dan zei ze dat. Als ze geen mening had, dan gaf ze die niet. En als ze iets niet wilde zeggen, dan deed ze dat niet.

Gepoch
Wat een verfrissende verschijning in deze tijd van schreeuwerige overdrijvingen en schaamteloos gepoch. Het lijkt wel of iedereen een mening heeft over alles, of die denkt te moeten hebben.

Ik betrap mezelf er ook op dat ik haast automatisch antwoord op een vraag of reageer op een stelling. Als een robot hoor ik me woorden uiten zonder eerst na te denken. U vraagt een mening? U krijgt een mening!

Ik heb mezelf een doel gesteld, een schijnbaar eenvoudig doel. Ik ga proberen mijn tong te bedwingen wanneer ik om een reactie word gevraagd. Na enig nadenken wil ik een keer kunnen antwoorden: daar heb ik geen mening over.