From Poëzie

Dit is het moment

Ik was op een plein, pen in mijn vuist, punt naar de hemel.

Naast me een vrouw met een zwarte sjaal om.

Ze leek langer door het potlood boven haar hoofd,

omvatte het als een fakkel.

Aan mijn andere kant een man met een baard,

een niet-bedreigende, veilige baard.

Hij stak een stift omhoog.

 

We hoorden woorden als rotsen,

beschenen door de avondzon,

woorden als samen en één en juist nu.

 

Sinds kort kennen we het zwaard weer, kennen we weer kogels.

 

We klapten en riepen allemaal één mening

en we zwegen want we wisten wanneer dat gepast was.

 

Regendruppels rolden mijn mouw in.

Ik zette een stapje achteruit, bang dat het meisje voor me

haar paraplu per ongeluk in mijn gezicht zou prikken.

 

Pen, dit is het moment.

Ik wil in je geloven, al twijfel ik,

al vrees ik de dag dat we hier weer staan

op dit plein, op dit veld, in dit park,

met onze geschokte kreten, onze boze borden

en onze inkt die voor de regen op de vlucht slaat,

een schuilplaats zoekt in de aarde tot het land,

verzadigd, zijn aderen sluit voor

onze strepen en letters.

 

Vanavond tekenen we als één hand.

Ik ben ik en ik ben iemand anders.

De vrouw met de zwarte sjaal is zichzelf

en iemand anders.

We zijn allemaal even iemand anders.

Pre-finale DichtSlamRap: Boxtel zondag 11 januari

Na een teleurstelDichtSlamRaplende slam in Utrecht en een opbeurende masterclass van Buddy Wakefield bestijg ik komende zondag weer een podium, en wel dat van de pre-finale van DichtSlamRap in Boxtel. Samen met acht andere dichters strijd ik om een plaats in de grote finale, later die maand.

Dus als je 3 minuten van mijn poëzie wilt horen, en hopelijk 6 minuten (als ik de tweede ronde haal), kom dan op zondag 11 januari vanaf 14.00 uur naar Le Temps Perdu in Boxtel.

 

University Unplugged

Ook al ben ik al zo’n tien jaar geen student meer aan de Radboud Universiteit, toch treed ik komende maandag op tijdens University Unplugged. De goede zielen van Cultuur op de Campus organiseren dan een open podium waar ook (deeltijd)studenten van de HAN welkom zijn.

Ik ga een paar gedichten voorlezen en misschien doe ik er ook enkele uit mijn hoofd. Dit kun je verwachten: een populistisch anti-populismegedicht, een vers over liefde en onderdrukking, over navelstaarderij, anonimiteit, Boliviaanse mijnwerkers en Joeri Gagarin.

Het festival begint om 19.30 uur met muziek (ook van een Niek). Ik draag voor tussen 19.55 en 20.05 uur.

Wees welkom maandag 1 december in de Studentenkerk, Erasmuslaan 9A, Nijmegen.

Voor wie dan niet kan, op 10 december doe ik mee aan de U-Slam in Utrecht.

University Unplugged

Goud voor vertaling gedicht Sam Rasnake

In de Facebookgroep Vertaalwedstrijd bespreken de leden iedere maand een gedicht en vertalen het naar het Nederlands. De vertalingen worden anoniem gepresenteerd en van commentaar voorzien. Na een stemronde ontvangen ‘de winnaars’ goud, zilver en brons.

Hieronder staat het gedicht ‘Lines written under influence’ van Sam Rasnake en daaronder mijn vertaling die werd bekroond met goud. Jeuj!


Lines Written Under the Influence

The beginning middle and end don’t fit
our lives anymore. The shadows are real.
Too much road, I think. Everywhere,
too much away from and nothing toward.
Signs and buildings and plate glass neon.
You don’t act the words. Just say them –
The rhythm of bone and soup and wind,
a hawk landing on rocks, newspaper
along asphalt, the whistle of fence line
and railroad tracks to divide the waking
from the dream and a seamless blue
over desert high country. This is
the solitude of happy. The right car
and music, the highway. No borders.

Sam Rasnake

 

Regels geschreven onder invloed

Het begin midden en einde passen
onze levens niet meer. De schaduwen zijn echt.
Te veel weg, denk ik. Overal,
te ver heen van en nergens naartoe.
Borden en gebouwen en neonlampen.
Je voert de woorden niet op. Zeg ze gewoon –
Het ritme van been en soep en wind,
een havik die landt op rotsen, krant
langs asfalt, het gefluit van afrastering
en rails om het waken te scheiden
van de droom en een naadloos blauw
boven heuvelachtige woestijn. Dit is
de eenzaamheid van gelukkig. De juiste auto
en muziek, de snelweg. Geen grenzen.

Sam Rasnake

 

Op de Contrabas is een iets aangepaste versie verschenen.

Vertaald: A, a, a, DOMINE DEUS van David Jones

In de Facebookgroep Vertaalwedstrijd bespreken de leden iedere maand een gedicht en vertalen het naar het Nederlands. De vertalingen worden anoniem gepresenteerd en van commentaar voorzien. Na een stemronde ontvangen ‘de winnaars’ goud, zilver en brons.

Hieronder staat het gedicht ‘A, a, a, DOMINE DEUS’ van David Jones en daaronder staat mijn zilveren vertaling.

A, a, a, DOMINE DEUS

I said, Ah! What shall I write?
I enquired up and down.
(He’s tricked me before
with his manifold lurking-places.)
I looked for His symbol at the door.
I have looked for a long while
at the textures and contours.
I have run a hand over the trivial intersections.
I have journeyed among the dead forms
causation projects from pillar to pylon.
I have tired the eyes of the mind
regarding the colours and lights.
I have felt for His Wounds
in nozzles and containers.
I have wondered for the automatic devices.
I have tested the inane patterns
without prejudice.
I have been on my guard
not to condemn the unfamiliar.
For it is easy to miss Him
at the turn of a civilisation.
I have watched the wheels go round in case I might see the
living creatures like the appearance of lamps, in case I might see
the Living God projected from the Machine. I have said to the
perfected steel, be my sister and for the glassy towers I thought I
felt some beginnings of His creature, but A, a, a Domine Deus,
my hands found the glazed work unrefined and the terrible
crystal a stage-paste … Eia, Domine Deus.

 

A, a, a, DOMINE DEUS

Ik zei, Ah! Wat zal ik schrijven?
Ik vroeg na bij hoog en laag.
(Hij heeft me eerder beduveld
met zijn talrijke schuilplaatsen.)
Ik zocht naar Zijn symbool aan de deur.
Ik heb geruime tijd gekeken
naar de texturen en contouren.
Ik heb met mijn hand gestreken langs de alledaagse kruispunten.
Ik heb rondgetrokken tussen de dode vormen
scheppende ontwerpen van pilaar naar poort.
Ik heb de ogen van de geest verveeld
met de kleuren en lichten.
Ik heb rondgetast naar Zijn Wonden
in pijpen en vaten.
Ik heb me verwonderd over de automatische instrumenten.
Ik heb de onzinnige toonbeelden beproefd
zonder oordeel vooraf.
Ik heb ervoor gewaakt
niet het ongewone te verwerpen.
Want het is eenvoudig Hem te missen
bij de wisseling van een beschaving.
Ik heb toegekeken hoe de wielen rondgaan voor het geval dat ik de
levende wezens zie met het voorkomen van lichten, voor het geval dat ik
de Levende God zie verbeeld vanuit de Machine. Ik heb gezegd tegen het
volmaakte staal, wees mijn zuster en voor de glazige torens dacht ik dat ik
een oorsprong van Zijn wezen voelde, maar A, a, a Domine Deus, mijn
handen vonden het gepolijste werk onbeschaafd en het afschuwelijke kristal
een bühnejuweel … Eia, Domine Deus

Vertaald: Landscape with Blood and Boondocks

Voor het Vertaallab van Ooteoote heb ik me gewaagd aan het gedicht Landscape with Blood and Boondocks van Lynn Melnick.

Hieronder lees je eerst het originele gedacht, dan mijn vertaling.


Landscape with Blood and Boondocks 

All the cats compass out at night to verify
my homelessness though you can’t

expect me to claw for food while most everyone else is sleeping.
I’ll just as soon not eat.

I don’t want anyone to keep me.

I’m a set of round, ridiculous things.
I talk claptrap in this lush

summer land of boondocks

(I thumb into somebody’s car into somebody’s car

into somebody’s car and then we see if we can prove
that every search for my body ends tragically.

It was a lie about forming art from despair)

and you point out plume I don’t care about

over the rocks and ruffled around the blood I’ve lost.

I am thirteen before I know that ants can nest
in a log, fourteen before I know

that the reproductives have wings.

Under stag lights I dance for my dinner.
And everywhere I wander the cats scratch my legs.

I can’t stay here. It’s over, it was always over,
there was never going to be a miracle

that would keep me green.


Landschap met Bloed en Wildernis

 Alle katten trekken ‘s nachts rond om na te gaan
of ik dakloos ben maar jij kunt niet

verwachten dat ik naar voedsel klauw terwijl de meeste anderen slapen.
Ik eet net zo lief niet.

Ik wil niet dat iemand me houdt.

Ik ben een stel ronduit bespottelijke dingen.
Ik praat poep in dit weelderig

zomerland van een wildernis

(Ik lift mee in iemands auto in iemands auto

in iemands auto en dan zien we of we kunnen aantonen
dat elke zoektocht naar mijn lichaam tragisch eindigt.

Het was een leugen over kunst scheppen uit wanhoop)

en jij wijst pluimen aan die me koud laten

boven de rotsen en opgeschud rond het bloed dat ik verloor.

Ik ben dertien voor ik weet dat mieren nesten kunnen bouwen
in een houtblok, veertien voor ik weet

dat de vruchtbaren vleugels hebben.

Onder rode lampen dans ik voor mijn maaltijd.
En waar ik ook dwaal, krabben de katten aan mijn benen.

Ik kan hier niet blijven. Het is voorbij, het was altijd al voorbij,
er zou nooit een wonder komen

dat me groen zou houden.