From Blog

Pipi over mijn schoen

14 maart is pi-dag. Josine vierde dit feest met een Oulipo-schrijfopdracht op haar blog: ‘Schrijf een tekst die maximaal 314 woorden telt. Elk eerste woord van een zin of regel moet het woord ‘pi’ in zich hebben. Dit is mijn bijdrage:

Pipi over mijn schoen

Typisch gevalletje van misplaatst vertrouwen. Grappig ook, of ironisch eigenlijk. Piekerde er niet over mijn werknemers meer verantwoordelijkheid te geven. Gespierde taal overtuigde me ervan dat ze misschien toch…
‘Pipi doen,’ klinkt het plots uit de babyfoon. Pappiefoon zou dat ding moeten heten. Pappie moet immers steeds maar weer in actie komen.
Pissen die ondergeschikten van me nu niet lachend over mijn schoenen heen? Pik ik dat zomaar? Pikordes zijn er niet voor niets. Kippig eisen ze hun ‘rechten’ op maar we werken hier niet in een democratie.
‘Pipi doen!’ klinkt het nu iets dringender. Piepend van ongeduld trekt mijn zoon, die beneden aan het spelen is, de drukknoopjes van zijn rompertje los.
Spiritus Sanctus, dank namens deze pater dat U de wegwerpluier voor mijn filius heeft geschapen.
Piassen zijn het, dat ze mijn vertrouwen zo hebben beschaamd. Opium zit in hun woorden. Pinnige maar slaapverwekkende argumenten, daardoor heb ik me laten overreden.
‘Pipi komt!’
Spijt, ik heb spijt van mijn beslissing, een moment van onvergeeflijke zwakte. Hoofdpijn heb ik ervan gekregen. Pillen helpen er niet tegen, pitten noch pintjes. Epistels van mijn eigen chef, ongetwijfeld vol sarcastische complimenten en subtiele verwijten, liggen te wachten op mijn bureau. Pisang, ik ben de pisang. Opinies zijn er natuurlijk ook om te negeren, die van mijn baas net zoals die van mijn ondergeschikten.
‘Pappie moet maar eens voor schone billen gaan zorgen,’ prevel ik en ik loop de trap af. Spichtige armpjes strekken zich naar me uit aan de andere kant van het kinderhekje. Pik me op, eisen ze en ik geef natuurlijk gehoor.
‘Pipi!’ klinkt het verwijtend. Gepikeerd slaat mijn zoon met zijn vuistjes op mijn schouder. ‘Pappie stout!’ Pisgeuren dringen mijn neus binnen, plasvlekken de mouw van mijn nieuwe overhemd. Pappie herinnert zich nu dat ze vandaag uitproberen of zoonlief groot genoeg is om het zonder luier te kunnen. Typisch.

Vaak / Vak

In november is er vaak een … wind.
a) harde
b) hoge

Een van de cursisten uit mijn klas Nederlands leest de zin voor en vult het goede antwoord in. Ik zie de meeste anderen knikken. Een van hen steekt zijn vinger op: ‘Wat betekent “vaak”?’ Hij spreekt het uit als [vak].

Het beantwoorden van dit soort vragen vereist improvisatie. Vertalen kan niet want in de les wordt alleen Nederlands gesproken. Ze komen er nu eenmaal om deze taal te leren. Bovendien begrijpt niet iedereen Engels.

Ik schrijf boven aan het bord ‘altijd’ en onderaan ‘nooit’. Die woorden kennen ze. Daartussen, iets boven ‘nooit’, komt ‘soms’ te staan. En iets onder ‘altijd’ verschijnt ‘vaak’. Ze knikken.

Ik leg uit dat je het uitspreekt met een lange aa, en doe het overdreven gerekt voor: ‘vaaak’. We kennen ook het woord ‘vak’ met een korte a. Ik schrijf het woord op het bord en doe de uitspraak voor.

Meteen begint A. uit Roemenië te glimlachen. Ook F. uit Bulgarije moet gniffelen. Binnen een paar tellen buldert de hele klas. Verbaasd kijk ik ze aan.
Dan dringt het tot me door dat het woord voor hen niet verwijst naar ambacht, winkelschap of studieonderdeel, maar dat [vak] hetzelfde klinkt als een veelgebruikt Engels woord.


Ik geef iedere week Nederlands aan migranten bij stichting Intercity in Nijmegen.
Deze blog is ook verschenen op
Nijmegen Direct.