By Niek

Vertaald: A, a, a, DOMINE DEUS van David Jones

In de Facebookgroep Vertaalwedstrijd bespreken de leden iedere maand een gedicht en vertalen het naar het Nederlands. De vertalingen worden anoniem gepresenteerd en van commentaar voorzien. Na een stemronde ontvangen ‘de winnaars’ goud, zilver en brons.

Hieronder staat het gedicht ‘A, a, a, DOMINE DEUS’ van David Jones en daaronder staat mijn zilveren vertaling.

A, a, a, DOMINE DEUS

I said, Ah! What shall I write?
I enquired up and down.
(He’s tricked me before
with his manifold lurking-places.)
I looked for His symbol at the door.
I have looked for a long while
at the textures and contours.
I have run a hand over the trivial intersections.
I have journeyed among the dead forms
causation projects from pillar to pylon.
I have tired the eyes of the mind
regarding the colours and lights.
I have felt for His Wounds
in nozzles and containers.
I have wondered for the automatic devices.
I have tested the inane patterns
without prejudice.
I have been on my guard
not to condemn the unfamiliar.
For it is easy to miss Him
at the turn of a civilisation.
I have watched the wheels go round in case I might see the
living creatures like the appearance of lamps, in case I might see
the Living God projected from the Machine. I have said to the
perfected steel, be my sister and for the glassy towers I thought I
felt some beginnings of His creature, but A, a, a Domine Deus,
my hands found the glazed work unrefined and the terrible
crystal a stage-paste … Eia, Domine Deus.

 

A, a, a, DOMINE DEUS

Ik zei, Ah! Wat zal ik schrijven?
Ik vroeg na bij hoog en laag.
(Hij heeft me eerder beduveld
met zijn talrijke schuilplaatsen.)
Ik zocht naar Zijn symbool aan de deur.
Ik heb geruime tijd gekeken
naar de texturen en contouren.
Ik heb met mijn hand gestreken langs de alledaagse kruispunten.
Ik heb rondgetrokken tussen de dode vormen
scheppende ontwerpen van pilaar naar poort.
Ik heb de ogen van de geest verveeld
met de kleuren en lichten.
Ik heb rondgetast naar Zijn Wonden
in pijpen en vaten.
Ik heb me verwonderd over de automatische instrumenten.
Ik heb de onzinnige toonbeelden beproefd
zonder oordeel vooraf.
Ik heb ervoor gewaakt
niet het ongewone te verwerpen.
Want het is eenvoudig Hem te missen
bij de wisseling van een beschaving.
Ik heb toegekeken hoe de wielen rondgaan voor het geval dat ik de
levende wezens zie met het voorkomen van lichten, voor het geval dat ik
de Levende God zie verbeeld vanuit de Machine. Ik heb gezegd tegen het
volmaakte staal, wees mijn zuster en voor de glazige torens dacht ik dat ik
een oorsprong van Zijn wezen voelde, maar A, a, a Domine Deus, mijn
handen vonden het gepolijste werk onbeschaafd en het afschuwelijke kristal
een bühnejuweel … Eia, Domine Deus

Pipi over mijn schoen

14 maart is pi-dag. Josine vierde dit feest met een Oulipo-schrijfopdracht op haar blog: ‘Schrijf een tekst die maximaal 314 woorden telt. Elk eerste woord van een zin of regel moet het woord ‘pi’ in zich hebben. Dit is mijn bijdrage:

Pipi over mijn schoen

Typisch gevalletje van misplaatst vertrouwen. Grappig ook, of ironisch eigenlijk. Piekerde er niet over mijn werknemers meer verantwoordelijkheid te geven. Gespierde taal overtuigde me ervan dat ze misschien toch…
‘Pipi doen,’ klinkt het plots uit de babyfoon. Pappiefoon zou dat ding moeten heten. Pappie moet immers steeds maar weer in actie komen.
Pissen die ondergeschikten van me nu niet lachend over mijn schoenen heen? Pik ik dat zomaar? Pikordes zijn er niet voor niets. Kippig eisen ze hun ‘rechten’ op maar we werken hier niet in een democratie.
‘Pipi doen!’ klinkt het nu iets dringender. Piepend van ongeduld trekt mijn zoon, die beneden aan het spelen is, de drukknoopjes van zijn rompertje los.
Spiritus Sanctus, dank namens deze pater dat U de wegwerpluier voor mijn filius heeft geschapen.
Piassen zijn het, dat ze mijn vertrouwen zo hebben beschaamd. Opium zit in hun woorden. Pinnige maar slaapverwekkende argumenten, daardoor heb ik me laten overreden.
‘Pipi komt!’
Spijt, ik heb spijt van mijn beslissing, een moment van onvergeeflijke zwakte. Hoofdpijn heb ik ervan gekregen. Pillen helpen er niet tegen, pitten noch pintjes. Epistels van mijn eigen chef, ongetwijfeld vol sarcastische complimenten en subtiele verwijten, liggen te wachten op mijn bureau. Pisang, ik ben de pisang. Opinies zijn er natuurlijk ook om te negeren, die van mijn baas net zoals die van mijn ondergeschikten.
‘Pappie moet maar eens voor schone billen gaan zorgen,’ prevel ik en ik loop de trap af. Spichtige armpjes strekken zich naar me uit aan de andere kant van het kinderhekje. Pik me op, eisen ze en ik geef natuurlijk gehoor.
‘Pipi!’ klinkt het verwijtend. Gepikeerd slaat mijn zoon met zijn vuistjes op mijn schouder. ‘Pappie stout!’ Pisgeuren dringen mijn neus binnen, plasvlekken de mouw van mijn nieuwe overhemd. Pappie herinnert zich nu dat ze vandaag uitproberen of zoonlief groot genoeg is om het zonder luier te kunnen. Typisch.