Tagged kunst

In darmen gluren

Ik wil weten of mijn kunst een succes zal worden. Maar ik geloof niet in tarotkaarten. Glazen bollen vind ik te Harry Potter, en geen koffiefilter met slappe Douwe Egbertsdrab gaat mij mijn toekomst onthullen. Het is zielig om ganzen of kikkers open te snijden en ranzig om vervolgens in hun darmen te gluren.

De orakels in Griekenland zijn me te ver weg. Bovendien heb ik sinds de economische crisis niet veel vertrouwen meer in hun gaven. Daarom sta ik nu vroeg in de ochtend met laarzen aan in een drassig weiland. Naast me staat de vrouw die mijn toekomst gaat lezen in de vlucht van de vogels.

Het geeft me vertrouwen dat ze niet is uitgedost als een handlezeres op de kermis. Ze draagt klompen, een overall en een strooien hoed. Het geeft me minder vertrouwen dat we nu al drie kwartier moeten wachten op een teken uit de lucht. Veel meer dan wolken die steeds dichterbij komen, is ons niet gegund.
‘Je kunt het lot niet opjagen’, zegt ze.
‘Dat begrijp ik’, antwoord ik, ‘maar een vogels hebben toch ook dingen te doen? Moeten ze geen nesten beginnen, kuikens voeren of indruk maken op het andere geslacht met hun gekwetter?’
‘Misschien is het je niet gegeven om te weten of je kunst een succes zal worden.’
Net op dat moment schiet een ekster van achter een conifeer te voorschijn, vliegt over ons heen en poept op mijn schouder. Dan verdwijnt hij achter een beukenhaag.
‘Een teken! Een teken van de toekomst!’ roept ze.
‘En? En?’
‘Je kunt gerust zijn. Je toekomst ziet er geweldig uit. Je zult grote successen vieren met je kunst.
‘Dat is een pak van mijn hart. Ik wist dat ik goed bezig was met mijn strips maar dit is een hele opluchting. Dus eindelijk gaat mijn werk verkopen. Vrouwen zullen me aanbidden. En ik zal rijk worden. Eindelijk kan ik weg uit die koude schuur. En eens op vakantie. Nieuwe, schone kleren.’
Ze kijkt me met grote ogen aan.
‘Strips? Ik dacht dat je schilder was. Ik denk… euhm… dat je nog steeds grote successen zult vieren. Maar rijk ga je niet worden. En aanbidders kun je ook wel op je buik schrijven. Ik zou de huur van die schuur nog maar niet opzeggen.’
Ze geeft me de honderd euro terug die ik haar eerder had betaald.
‘En koop daar maar wat nieuwe broeken en shirts van.’


Je vindt iedere donderdag een blog van mijn hand op
StripSter.

Alleen een Viking mag iets van Thorgal vinden

Stripmaker Grzegorz Rosinski veegt in Brabant Strip Magazine 189 de vloer aan met de gevestigde kunstkritici.

‘Ik haat het dat de perceptie van de hele kunstwereld ons wordt opgedrongen door een groepje lobbyisten, een groep pseudo-intellectuelen die in onze plaats bepalen wat een meesterwerk is en wat niet. Iemand die je voorkauwt wat je van een doek moet vinden, dat is toch om te gruwelen.’

De tekenaar van de reeks Thorgal illustreert zijn gruwel met stevige meningen over en aantal bekende schilderijen en hun makers.

Le déjeuner sur l’herbe van Manet: ‘Ik vind er niets aan.’

Het surrealisme vThorgalan Margritte of Delvaux: ‘veel te clean, veel te afgeborsteld’.

De popart van Andy Warhol: ‘Dit mag gewoon de prullenbak in voor mij. Dit is toch geen kunst. Dit kan iedereen.’

De Mona Lisa van Leonardo da Vinci: ‘Dit is kitsch voor mij.’

Rosinski voegt daaraan ter verklaring toe: ‘Voor mij is het niet de naam van de schilder die primeert maar het werk zelf.’

Ik wil hier niet de discussie aangaan in hoeverre je een werk los kunt zien van zijn of haar maker. Het lijkt me in ieder geval een terechte conclusie dat een werk niet goed is omdat het door deze of gene is gemaakt.

Snobs
De Pool verafschuwt de snobistische kijk op kunst en vindt dat ‘iedereen het recht heeft om zijn eigen mening te vormen.’ Iedereen? Nou ja, je moet wel voldoen aan twee voorwaarden.

1)      ‘Je kan pas een eigen gefundeerde kijk op kunst ontwikkelen als je zelf met kunst bezig bent.’

Dat lijkt me een redelijke eis. Hoe kan ik een gefundeerde mening verkondigen over een strip als ik niet zelf strips heb gelezen, erover heb gelezen en gediscussieerd?

Bij lezing van de tweede voorwaarde van Rosinski blijkt dat ik ‘zelf met kunst bezig zijn’ te breed heb geïnterpreteerd.

2)      ‘Als je zelf nog nooit een verfborstel hebt vastgenomen, hoe kan je dan doeken van anderen bekritiseren?’

Alleen een schilder mag een schilderij beoordelen. Wat een eenzijdige kijk. Een schilderij is meer dan de manier waarop verf op doek is aangebracht; net zoals muziek meer is dan ritmische klanken; zoals dans meer is dan de choreografie.

Met zijn uitspraak reduceert Rosinski kunst tot techniek. Hij sluit zo veel liefhebbers en geïnteresseerden uit die zich vaak wel degelijk een gefundeerde mening hebben gevormd. Hierdoor neemt hij een elitaire positie in, net als de snobistische kunstcritici die hij veracht.

Mensen verbranden, beelden verbieden

In den beginne was de core business van de katholieke kerk het geloof in God. Steeds meer mensen kozen in de loop van de tijd voor een andere hobby. Kerken kwamen leeg te staan en werden zelfs van de hand gedaan.

Zo ook de Amsterdamse Chassékerk. Het bisdom Haarlem-Amsterdam verkocht het pand aan een woningcorporatie. Het bedong daarbij dat toekomstige eigenaren het ‘niet onwaardig’ mogen behandelen. Nu is het met de combinatie ‘katholieke kerk’ en ‘waardigheid’ vragen om problemen. Die kwamen er dan ook.

Een groep kunstenaars mocht er een expositie organiseren. Ze plaatsten op het altaar een beeld van twee figuren met een gewei die de zon en de maan symboliseren. Ze gooien elkaar de aarde toe.


Dat is heidens, oordeelde het bisdom. Dat moet weg. Aldus geschiedde, want een dwangsom van vijf ton is een overtuigend argument.

Eeuwenoude draak
Tot zover ligt mijn sympathie bij de kunstenaars: een klein groepje gedreven creatievelingen neemt het op tegen een eeuwenoud instituut dat zich als een draak zorgen maakt over zijn slechte adem in plaats van over de dorpjes die hij met zijn lompe poten plat stampt.

Het bisdom ontkent dat er met een dwangsom is gedreigd maar de kunstenaars bestrijden dit. Ze blijven verbolgen over de vijf ton: ‘Onvoorstelbaar hoeveel macht de kerk nog heeft”, foetert een van hen in Trouw. “Vroeger wierpen ze mensen op de brandstapel, nu schermen ze met dit soort bedragen.”

Mensen levend verbranden
Blijkbaar is de kerk niet als enige het contact met de realiteit verloren. Mensen levend verbranden is verschrikkelijk maar een dwangsom eisen lijkt hier minstens zo erg.

Ik vraag me af wat er in het hoofd van die kunstenaar omging. Hoe word ik geacht te reageren op zo’n vergelijking?

–          Waarempel! De inquisitie bestaat nog steeds.
–          Eerst Galileï, toen Darwin en nu dit! Houdt het dan nooit op?
–          Laat die arme links-hobbyisten toch met rust! Ze hebben het al zwaar genoeg.

Voor je het weet maakt iemand een vergelijking met de nazi’s en dan is de inhoudelijke discussie helemaal afgelopen. Of was die überhaupt niet gestart?